Staalkaart-recensie Reger-cd
Arturo Benedetti Michelangeli vertelde ooit dat hij nooit Max Reger (1873-1916) had mogen spelen. De concertmakers waren niet geïnteresseerd, en zelfs hij mocht niet kiezen. Kamermuziek van Reger uitbrengen is waarschijnlijk nutteloos en dus dapper. Twee zeer goede redenen voor de beluistering van de nieuwe van Oxalys - een ensemble van het hoogste allooi, dat het ongeluk heeft in een land te leven waar écht goed zijn en absoluut onderschat worden een alledaagse combinatie vormen. Oxalys beheerst de kunst van het antichambreren niet. Ze maken zich niet interessant – ze zijn het gewoon. Ze studeren, dat helpt. Maar welk medium en welke organisator doet het daar nog voor ? Tot daar de donkerte. Laat deze plaat uw antidotum zijn. Ze schaft twee trioserenades (opp.77a en 141a) en een kwintet voor klarinet en strijkkwartet, waarvan de laatste twee van vlak voor Regers dood dateren – hij stierf op zijn 43ste, in weerwil van de al oude man die we op foto's menen te zien. Hij vrat zich dood, enigszins naar het voorbeeld van Händel, maar minder overgoten. Niet dat in de late kamermuziek het nakende einde romantisch weerklinkt; ze is eenvoudigweg nog beter dan de vroege. Reger was een voor de laatromantiek ontypische ambachtsman: hardwerkend en zo het toppunt van muzikaal architectonische kunde bereikend, wellicht uit liefde voor de noten, maar zo stug, plichtsbewust en zonder zever dat men er zich ongemakkelijk bij gaat voelen. “Mag ik het gewoon mooi vinden?” is de vraag die bij zoveel gulle geleerdheid wel eens opkomt. Natuurlijk mag u dat. Vooral de finale van het kwintet.
Rudy Tambuyser (02/11/2009, Staalkaart)
